Snarengeselaar Joe Stump (nieuw album Virtuostic Vendetta, met een van de mooiste gitaarballads aller tijden, The Beacon, de Rainbow-pastiches The Dance Of Kashani en Strat Sorcery plus het aan duidelijkheid niets te wensen overlatende Blackmore's Boogie) komt weer naar Nederland! Naar de ArenA? Nee. Ahoy? Nee. De Heineken Music Hall? Nee. Paradiso? Zelfs dat niet, zoals blijkt uit onderstaand toerschema:
4 september: Café Rocks, Enschede
5 september: Rocktempel, Kerkrade
13 september: Keifeesten, Amersfoort
19 september: De Piek, Vlissingen
20 september: The Mix, Uithoorn
Tijdens de vakantie met veel plezier het boek 50 jaar Studio Sport gelezen, een machtig epos waarin Mart Smeets uithaalt naar Tom Egbers en Hugo Walker en Evert ten Napel nagenoeg wordt doodgezwegen. Maar gelukkig: er is een heel hoofdstuk ingeruimd voor die goeie ouwe Koen Verhoeff, de immer onberispelijk geklede microfonist met het beeldende taalgebruik (“Rep met een schot, droog als goede sherry!”) en de meesterlijke, door tegenstanders vaak als ‘flauw’ afgedane grappen (“De verdediging van Feyenoord is haast niet te passeren, want ben je Pieters voorbij dan krijg je Graafland nog”). Bijna twintig jaar geleden overleden, maar wat mij betreft nog altijd springlevend, de man met het brillantine-kapsel, de stopwoordjes (‘zonder meer verdiend’, ‘met uw welnemen’, ‘naar wij dachten’) en doldwaze kreten (“Deze pass is goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging Van Huisvrouwen”).
Het deed me terugdenken aan de zomer van 1983, die in z’n geheel werd gedomineerd door Koen Verhoeff. Althans, in ons gezelschap, waarbinnen de latere Verhoeff-imitator Leo Driessen (zijn typetje Ab Kaashoek was natuurlijk gewoon Koen Verhoeff in het kwadraat) als katalysator fungeerde. Aan de boorden van het Italiaanse Gardameer componeerden Leo en ik toen ook de potentiële carnavalskraker Ik ben Koen Verhoeff, een nummer dat nooit op single is verschenen omdat we er nimmer in zijn geslaagd een derde couplet te fabriceren. De tekst is een beetje gemeen, want omdat wij het idee hadden dat Koen een half kunstgebit had, gaat het lied vooral over zijn vermeende tandenloze bovenkaak. Nochtans is dit nummer een hommage, naar wij dachten.
Zing nu allen mee:
Ik ben Koen, Koen, Koen,
reporter Koen Verhoeff.
Altijd rad van tong
en nooit een keertje stroef.
En als u om mijn grappen en mijn grollen nog steeds grient,
denk dan maar bij u eigen: ’t was zonder meer verdiend.
Ik startte bij de NTS
een jaar of tig gelêe.
Ik deed daar altijd goed mijn best,
Bob Spaak was heel tevree.
De overgang van NOS naar TROS
liep minder florissant.
Want Wibo sloeg m’n tanden los,
ik heb ze in m’n hand.
Ik ben Koen, Koen, Koen... etc.
De Penaltybokaal
dat leek me niet zo gek.
Ze schoten echter allemaal
de ballen op m’n bek.
Dat kostte mij m’n bovenrij,
dat merkte ik meteen.
De tandarts maakte mij niet blij,
trok met zijn linkerbeen.
Ik ben Koen, Koen, Koen... etc.
© Michiel Blijboom/Leo Driessen, 1983